Verkering

Ze maken wat mee, die jonge drummers. Althans, Twan wel. Die kwam deze week vol opwinding binnenvallen bij de drumles.

‘Weet je wat er nou weer is gebeurd?’ 
Nee, dat wist ik niet. 
‘Iets heel raars’.
‘Wat dan?’
Nou, hij had de verkering uit.

‘Ai, da’s niet zo mooi’, reageerde ik en ging er eens rustig voor zitten. Hier moest iemand even zijn verhaal kwijt. Het leek allemaal trouwens niet heel enorm ernstig, want Twan lachte er nog wel bij. Maar zeker wist ik het niet. Wat hem vooral dwars zat, zo zei hij, was de manier waarop het was uitgegaan. Die beviel hem allerminst. En het was duidelijk niet zijn beslissing geweest.

Nu is Twan niet onervaren op het liefdesvlak, weet ik inmiddels. Hij heeft zeker al een keer of vijf verkering gehad. Of eigenlijk een keer of zes. Maar van die ene keer wist hij het zelf niet. Dat was een maand of wat geleden. Toen kwam hij ook vertellen dat hij de verkering uit had. ‘Maar ik wist niet eens dat het aan was”, lachte hij toen. Had hij drie weken verkering gehad, zonder dat ie het in de gaten had. ‘Da’s dan toch ook jammer, Twan?’ Heb je weer eens verkering en dan weet je het niet eens’, vroeg ik nog. Ach, hij vond het niet zo erg. Zo heel leuk vond hij het meisje waarmee hij verkering bleek te hebben gehad nou ook weer niet. En met 10 jongens en 21 meisjes in de klas, was er keus genoeg. “Voor de jongens dan”, verduidelijkte hij voor alle zekerheid. Ja, dat snapte ik wel.

Of ik dat ook wel eens had gehad? Verkering, terwijl ik het niet wist. ‘Volgens mij niet, Twan’, zei ik. ‘In ieder geval niet dat ik weet’, voegde ik er aan toe. Twan lachte weer. Hij begrijpt mijn grapjes. 
In de weken daarna informeerde ik tussen het drummen door nog wel eens of ie alweer een nieuwe verkering had. ‘Nee, nog niet’, zei hij dan. Op mijn vraag of hij dat wel heel zeker wist, verschenen dan altijd die big smile en pretoogjes.

Maar de laatste tijd had Twan dus weer wel verkering. Het ging goed blijkbaar, want hij hield het inmiddels een aardig tijdje vol. Tot deze week. Wat was er nou aan de hand? De beste vriendin van zijn verkering had hem aangesproken op het feit dat Twan vreemd was gegaan. Nou ja zeg! Hoe haalde ze het in haar hoofd?. ‘Wat denk je nou zelf wel?’, had Twan verontwaardigd gezegd. ‘Ik vreemd gaan? Dat zou ik nooit doen.”
Maar het kwaad was al geschied. Twan zijn verkering was boos en had nog diezelfde dag een ander. ‘En ze heeft mij niks meer gezegd. Ze heeft het niet eens ├ęcht uitgemaakt”, vertelde Twan verontwaardigd.

Hij was gekwetst. Tot in het diepst van zijn ziel. Dat kon ik wel begrijpen. Toch had hij haar leuk gevonden. En heel knap. ‘Ze was zelfs gevraagd door een modellenbureau”, zei Twan nog en hij keek me doordringend aan. Dat ik niet dacht dat hij maar wat zat te verzinnen. Oh nee, dat dacht ik helemaal niet. Ik begreep de ernst van de situatie juist nog beter. Had hij net een fotomodel aan de haak geslagen, maakte zij het uit omdat hij vreemd zou zijn gegaan. Wat helemaal niet waar was en waar ik Twan op zijn blauwe ogen volledig op vertrouwde. Ingewikkeld allemaal hoor.

We besloten om maar te gaan drummen. Het beste medicijn voor dit soort situaties. Een redelijk nieuw nummer. Stressed Out van Twenty One Pilots. Gezien de situatie misschien niet de juiste titel, maar wel een geinig liedje met vooral een lekkere groove, Twan speelde hem goed. Beter dan vorige keer. En toen het liedje af was, verschenen daar weer die brede lach en die pretoogjes. “Weet je Han”, zei hij ineens. “Ik ben eigenlijk blij ook dat het uit is. Ben ik tenminste weer lekker vrij en kan ik weer doen wat ik wil.’
Ik lachte ook. ‘Zo is het, Twan! Want hoe oud ben je ook alweer?’ 
‘Tien’, antwoordde hij. 
‘Precies’, zei ik.

(verteld met permissie van Twan)